Er zijn patiënten (bijvoorbeeld tussen de 41 en 59 jaar met één aanvullende risicofactor) die volgens de CBO/NVN-richtlijn verwezen dienen te worden maar bij wie volgens de NHG-Standaard een afwachtend beleid kan worden gevolgd. Omdat anticoagulantia, DOAC’s en LMWH hun werking uitoefenen op stollingsfactoren of enzymen die hierbij betrokken zijn, adviseert de werkgroep op basis van consensus voor wat betreft het risico op een intracraniële bloeding na een hoofdtrauma de DOAC’s en LMWH’s (voorlopig) gelijk te stellen aan de ‘klassieke’ anticoagulantia. Het doel van het wekadvies is het tijdig herkennen van late complicaties van hoofdtrauma. Vaak wordt gebruikgemaakt van de Clinician-Administrated PTSD Scale for Children and Adolescents (CAPS-CA), een symptoomschaal om een gedetailleerd beeld te krijgen van de klachten die kunnen wijzen op posttraumatische stress. Een subduraal hematoom is een, meestal veneuze, bloeding die direct of binnen enkele uren na het trauma kan ontstaan door verscheuring van de tussen de dura en hersenen gelokaliseerde ankervenen. Geef de schriftelijke instructie wekadvies mee (zie www.nhg.org of www.thuisarts.nl). Neem bij deze klachten direct contact op met de huisarts. Dit neemt niet weg dat de gebeurtenis zeker op korte termijn wel het gedrag van kinderen (tijdelijk) kan beïnvloeden. Bovengenoemde risicofactoren komen grotendeels overeen met risicofactoren in predictieregels (zoals gebruikt in de CBO/NVN-richtlijn), hoewel de weging verschillend kan zijn (zie ook onderstaand detail). Jongeren kunnen nadrukkelijk doen alsof er niets aan de hand is (vermijding) en zich overgeven aan risicovol gedrag en overmatig drank- of drugsgebruik. Giphy. Geef alleen een wekadvies nadat een patiënt is onderzocht; het meegeven van de schriftelijke instructies is onderdeel van het wekadvies. Over de prognose is nog veel onbekend. Ned Tijdschr Geneeskd 2014;158:A6973. Van kindermishandeling weten we dat in Nederland elk jaar bijna 119.000 kinderen tussen de nul en achttien jaar slachtoffer zijn van mishandeling; ongeveer vijftig kinderen per jaar overlijden aan mishandeling. In de Continue Morbiditeits Registratie (CMR) Nijmegen was de incidentie van commotio cerebri (ICPC N79) in 2005 2 per 1000 mannen per jaar en 1,5 per 1000 vrouwen per jaar. Vragen naar de manier waarop men gewend is om problemen te verwerken (rituelen, gewoonten) kan het wederzijds begrip bevorderen. Hoewel de (zeldzame) kindercontusie vaak gepaard gaat met bewustzijnsdaling, kan het zich in het begin presenteren met tekenen van cerebrale prikkeling zoals apathie, onrust en herhaaldelijk braken. Hoe vaak trauma bij kinderen in Nederland voorkomt is niet precies bekend. Ouders weten vaak te weinig van trauma. Voor zover bekend, zijn er geen andere landen waar het wekadvies thuis wordt toegepast. Wanneer duidelijk is of er sprake is van traumagerelateerde problemen, of eventueel al een diagnose is gesteld, stelt de behandelaar in overleg met het kind en de ouders een behandelplan op en geeft hij voorlichting aan ouders en kind (psycho-educatie). De gemiddelde incidentie van de ICPC-code ‘Hersenschudding’ (ICPC N79) bedroeg 2,9 per 1000 patiëntjaren. An exhausted and impatient nation needs the kind of clarity and leadership only a president can provide as the coronavirus pandemic reaches a potentially decisive stage. 1 De CBO/NVN-richtlijn ontraadt bij patiënten met licht traumatisch hoofd-/hersenletsel (LTH, zie details Hoofdtrauma) tijdens opname en bij ontslag uit het ziekenhuis strikte bedrust en adviseert dat er gestreefd moet worden naar volledige mobilisatie binnen enkele dagen. Aanhoudende mishandeling of verwaarlozing in het gezin of jarenlang overleven in oorlogsomstandigheden kunnen oorzaak zijn van chronische traumatisering. Maar leerkrachten kunnen wel helpen als ondersteuner bij het stabiliseren van het kind. Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) heeft het programma VoorZorg in beheer, waarmee in niet minder dan 44 procent van de gevallen kindermishandeling geheel wordt voorkomen. Het wekadvies is van toepassing op deze groep patiënten omdat bij aanwezigheid van 1 of 2 risicofactor(en) sprake is van een laag risico op intracranieel letsel, tenzij er bijkomende factoren zijn die consultatie of verwijzing naar de specialist rechtvaardigen. Volwassenen kunnen contact opnemen met de werkgever en/of bedrijfsarts voor werkgerelateerde adviezen, of als volledige terugkeer door klachten moeilijk gaat. Een retrospectief dossieronderzoek van drie huisartsenposten (regio Zwolle, Nijmegen, Nieuwegein) onderzocht de zorg bij hoofdtrauma bij huisartsenposten in 2011 en 2012. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen. Kenmerkend is dat na een kort tijdsinterval zonder uitvalsverschijnselen het bewustzijn daalt met ontstaan van een ipsilaterale wijde lichtstijve pupil en een contralaterale hemiparese. De sensitiviteit bedroeg voor het stroomschema met deze risicofactoren respectievelijk 98,6% en 96,7% (specificiteit respectievelijk 53,7% en 58,5%). Koop exclusieve, originele Tommy-kleding. Belangrijk is dus om als leerkracht goed te signaleren en je bevindingen open te bespreken met de intern begeleider en/of ouders. Leg uit dat in de eerste dagen of weken klachten kunnen optreden die meestal spontaan afnemen zoals: hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, nekpijn, wazig zien, geheugen- en concentratieproblemen, slaperigheid, sneller geïrriteerd zijn en overgevoeligheid voor licht en geluid. In het onderzoek van Dunning is het ook geen onafhankelijke risicofactor. Het oorlogsgeweld en een heel scala aan bijkomende schokkende gebeurtenissen dat vluchtelingenkinderen meemaken, veroorzaken een grote kans op trauma. Ze hebben meestal leerproblemen, maar dat komt door het trauma. Een leerkracht die de signalen kent, is voorbereid en blijft rustig als de emoties zich uiten: blijven luisteren, begrip tonen voor wat het kind zegt, erover meepraten ('aansluiten'). Bij een wekadvies dient de huisarts zich te realiseren dat het een belastende procedure is, die nog wel wat vergt van de ouders/verzorgers/partners of andere huisgenoten. In de 4 groepen bedroeg de prevalentie van ciTBI (jonger/ouder dan 2 jaar en derivatie- en validatiegroep) ongeveer 1% (0,9 tot 1,1%). sociale context (alleenwonend, verzorging aanwezig, toezicht mogelijk). De meeste hoofdtrauma’s treden op bij kinderen en volwassenen tot 24 jaar. Voor de verschillen tussen de standaard en de CBO/NVN-richtlijn, zie tabel 6. Geheugenverlies over de traumatische gebeurtenissen. Kinderen met traumagerelateerde problemen kunnen soms overdreven heftig reageren op kleine gebeurtenissen, geuren of geluiden die ze aan de schokkende gebeurtenissen doen denken (stressreacties). Het wekadvies past bij het dagelijks werk van de huisarts waarbij het volgen van de patiënt en het laagdrempelige contact tussen patiënt en huisarts centraal staan. De Louw A, Twijnstra A, Leffers P. Weinig uniformiteit en slechte therapietrouw bij het wekadvies na trauma capitis. Daarnaast wordt gesteld dat een wekadvies voor patiënten ouder dan 6 jaar weinig effectief en mogelijk onveilig is. In het onderzoek van Kuppermann was locatie van het letsel alleen een risicofactor bij kinderen jonger dan 2 jaar. 7. Een epiduraal hematoom is een, meestal arteriële, bloeding tussen schedeldak en dura, die ontstaat na een ongeval. Nieuws verrichtten een systematisch literatuuronderzoek en meta-analyse (respectievelijk 29 en 26 onderzoeken) en onderzochten de klinische kenmerken die voorspellend waren voor intracranieel letsel bij kinderen met licht hoofdtrauma (EMV 13 tot 15) (resultaten voor volwassenen zijn beschreven in bovenstaande details). Daarnaast is het criterium schedelhematoom toegevoegd (ook een risicofactor bij volwassenen). Hier vindt u meer dan 120.000 gratis breipatronen en haakpatronen met instructievideo's, en garens voor een fantastische prijs. Dit is gebaseerd op de ICPC-codes ‘Hersenschudding/hoofdtrauma’ (N79) en ‘Ander letsel hoofd’ (N80) van de dagpraktijk en de huisartsenpost samen. Als het kind vertelt wat het Om te kunnen vaststellen of er sprake is van trauma is het belangrijk informatie te verzamelen bij kinderen én ouders. Voor alle andere patiënten zonder risicofactoren geldt het wekadvies niet. Deze bedroeg in het CHIP-onderzoek (in de derde lijn) 7,5% en in de tweede lijn ruim 3%. info@kenniscentrum-kjp.nl Instrueer de patiënt of ouders/verzorgers in de volgende gevallen direct contact op te nemen met de huisarts: Verwijs met spoed naar een SEH (neuroloog of SEH-arts, afhankelijk van regionale afspraken) bij patiënten met een sterk verhoogd risico op intracranieel letsel (kader Criteria voor spoedverwijzing). Dit onderscheid is in de dagelijkse praktijk niet altijd eenvoudig te maken. In het CHIP-onderzoek resulteerde een totaalscore van > 1,1 in een absoluut risico op intracraniële afwijkingen van minimaal 3%. Betrouwbare informatie over psychische problemen, speciaal voor jongeren. Eenmalige traumatische ervaringen zijn bijvoorbeeld de dood van een familielid of een ernstig ongeluk. Wel zijn er enkele onderzoeken in de CBO/NVN-richtlijn beschreven, waarin voornamelijk het beloop van hersenletsel is onderzocht. Op de huisartsenpost waren er in 2012 0,7 contacten per 1000 patiënten in het verzorgingsgebied van de post vanwege ‘Ander letsel hoofd (exclusief L76)’. Daarom heeft de werkgroep ervoor gekozen om eenmaal braken als een laagrisicofactor te bestempelen. Concentratieproblemen kunnen ook een uiting zijn van trauma. Meestal is dat alleen nodig in de eerste 2 weken na het ongeval (zie Details). De uitkomstmaat schedelhematoom werd geclassificeerd in grootte (< 1 cm, 1 tot 3 cm, of > 3 cm), lokalisatie, en consistentie. Gelet op leeftijdsafhankelijke verschillen in risicofactoren maakt de standaard onderscheid in 2 leeftijdscategorieën: patiënten < 16 jaar en patiënten ≥ 16 jaar. : SIGN. De uitkomstmaat: clinically important traumatic brain injury (ciTBI) omvatte overlijden als gevolg van hoofdtrauma, neurochirurgie, intubatie > 24 uur of ziekenhuisopname > 1 nacht. Wanneer een subduraal hematoom zich na enkele weken manifesteert zijn de klachten van de patiënt meer atypisch: vermindering van initiatief en interesse, toegenomen slaperigheid, soms hoofdpijn, en geleidelijk ontstaan van enkel- of dubbelzijdige neurologische uitval. Dissociatieve stoornis: het loskoppelen van gevoelens enerzijds en de werkelijkheid anderzijds, waardoor het kind de werkelijkheid op zijn eigen manier invult en er geestelijk 'niet meer bij is'. B ij toepassing van de verwijscriteria in de NHG-Standaard zijn er patiënten die geen indicatie hebben voor verwijzing naar het ziekenhuis, maar bij wie extra observatie in de thuissituatie zinvol kan zijn. Vooral van belang is een beoordeling van ademweg (A), ademhaling (B), circulatie (C), bewustzijn en neurologische uitval (denk ook aan bloedglucosebepaling) (D). De risicofactor valhoogte blijkt lastig te definiëren en in richtlijnen worden verschillende valhoogtes gehanteerd. *vanaf 16 jaar neemt de totaalscore toe met 0,2 per 10 jaar. Verwardheid en amnesie kunnen zich wel uiten als verandering van gedrag. Hiermee zijn de resultaten van het CHIP-onderzoek omgerekend naar een setting met een gemiddeld risico op intracranieel letsel na een hoofdtrauma van 1,5% (met dank aan prof.dr. Behalve bij het kind, kunnen er ook problemen zijn bij de ouders of bij de huisgenoten in de opvang in het geval van vluchtelingen. Het is niet aangetoond dat bij kinderen of volwassenen school of werk een negatieve invloed heeft op het beloop van de klachten. Een getraumatiseerd kind kan opeens heel prikkelbaar zijn en in woede uitbarsten (plotselinge spanning). Waarschijnlijk berust de oorzaak van persisterende klachten deels op geringe hersenschade en deels op omgevings- en persoonlijke factoren. 1 Ook zijn niet alle predictieregels extern gevalideerd. Search the world's information, including webpages, images, videos and more. Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2008. : NIVEL. Hoe vroeger de hulpverlening kan beginnen, des te beter zijn de vooruitzichten. Naar verwachting zal door het verschijnen van deze standaard het wekadvies echter minder vaak worden geadviseerd in de eerste lijn. Bij alle patiënten werd een CT-scan gemaakt. Bij gezinnen die nog bezig zijn met overleven is het moeilijk, maar wel raadzaam om met de behandeling te beginnen; zij hebben in eerste instantie vooral stabiliteit nodig. Een hoog percentage van de minderjarige vluchtelingen in Nederland is bovendien aangekomen zonder hun ouders (36,5 procent in 2015). Bij kinderen kan een (psycho)trauma de ontwikkeling ernstig verstoren. Het beschikbare onderzoek bestaat voornamelijk uit retrospectief patiëntcontroleonderzoek in de tweede lijn bij patiënten bij wie op een CT-scan een intracraniële bloeding werd vastgesteld. Indien dit als mogelijk ernstig wordt ingeschat (mits geen HET), kan dit in combinatie met andere risicofactoren een reden zijn om te verwijzen voor aanvullende diagnostiek. Daarom beschouwt de werkgroep ‘afwijkend gedrag’ als een risicofactor en reden voor verwijzing. Vluchtelingenkinderen – en ook andere getraumatiseerde kinderen – zullen aanvankelijk vaak weinig emoties tonen; de klap komt als de omstandigheden stabiliseren en er 'rust' is. Der Traum will sagen, dass wir unser eigenes Selbstwertgefühl verlieren oder gar das Ansehen bei Anderen. 3. Getraumatiseerde kinderen kunnen schrikken van hun eigen lichamelijke reacties, zoals versnelde hartslag of ademhaling (stressreacties). val van grote hoogte (2-3 maal lichaamslengte), ongeval met snelheid > 45 km/uur (met autogordel om), auto contra fietser/voetganger > 10 km/uur, aanrijden van een (brom/snor)fietser of motorrijder door een ander voertuig bij een snelheidsverschil > 35 km/uur (zie Details). 13 De ervaring met vluchtelingenkinderen op scholen leert dat kinderen tijd nodig hebben om te wennen voordat de aard en ernst van hun problemen duidelijk worden. 1 Bij lichte hoofdtrauma’s, zoals het met kracht stoten van het hoofd of een val van kleine hoogte, zal het letsel veelal beperkt blijven tot structuren buiten de schedel, terwijl zwaardere trauma’s, zoals een verkeersongeval, vaker gepaard gaan met intracranieel letsel. Mensen met PTSS zijn prikkelbaar, maar kennen soms ook een vlak gevoelsleven of vermijden prikkels die aan het trauma doen denken. Lees hier meer over de programma's 'Don't hit my mommy' en 'Signs of Safety'. In de CBO/NVN-richtlijn wordt aanbevolen om na veiligstellen van de vitale functies, neurologisch onderzoek te doen. Dat betekent dat hij actief moet vragen naar mogelijke traumatische ervaringen; het kind zal immers zelf niet gauw met de problemen voor de dag komen. Selecteer uw cookievoorkeuren. Dit is hetzelfde getal als vijf jaar eerder in hetzelfde onderzoek; andere onderzoekers melden een stijging van het aantal mishandelde kinderen. Programma's als 'Don't Hit Mommy' en 'Signs of Safety' zijn gericht op herkenning en vroege behandeling van kindermishandeling. Er werd onderscheid gemaakt tussen kinderen jonger dan 2 jaar en kinderen van 2 jaar en ouder. De items bij de (https://www.nhg.org/sites/default/files/content/nhg_org/uploads/abcde-kaart_oktober_2013_0.pdf), De kinder-GCS is een algemeen geaccepteerde score onder kinderneurologen in Nederland en is ook voor artsen die minder vaak met kinderen werken goed toepasbaar. Hoofdtrauma of hoofdletsel en hersenletsel worden veelvuldig door elkaar gebruikt. De. Braken is een risicofactor voor intracranieel letsel. Rust nemen is goed, maar volledige bedrust is niet aanbevolen. Lichamelijk onderzoek is ook van belang om een ABCDE-beoordeling te kunnen doen en te beoordelen of er sprake is van uitwendig letsel, zoals een wond of hematoom. De manier waarop schokkende ervaringen worden verwerkt (rituelen, gewoonten) kan per cultuur sterk verschillen. Bij kinderen ouder dan 2 jaar en jonger dan 16 jaar is het criterium bewustzijnsverlies veranderd in bewustzijnsverlies > 5 seconden. Voor de weging van deze risicofactoren, zie Hoofdtrauma met verhoogd letselrisico bij leeftijd < 16 jaar en Richtlijnen beleid. De NICE-richtlijn geeft bij volwassenen met meer dan 1 episode van braken het advies een CT-scan te laten maken. Bij de beoordeling van D wordt gelet op het bewustzijn via EMV-score of AVPU-score (alert, reactie op verbale stimulatie, reactie op pijnprikkel, geen reactie [unresponsive]), de pupillen (pupillen gelijk, rond en pupilreactie bij lichtinval), neurologische uitval (lateralisatie) en meningeale prikkeling. Ze zijn bang en zullen soms in hun spel of in tekeningen de gebeurtenis uitbeelden die met het trauma te maken heeft. Een belangrijke groep als het gaat om trauma zijn vluchtelingenkinderen. Hij reageert met begrip op het gedrag van het kind en voelt aan wat het kind dwarszit, hij verdiept zich in het specifieke probleem en zal het kind vervolgens veel beter begrijpen. Bevindingen bij (hetero)anamnese, zoals mechanisme van ongeval en bevindingen bij lichamelijk onderzoek, werden hierbij gerelateerd aan zichtbare afwijkingen op een CT-scan of de noodzaak voor een neurochirurgische interventie (zie Details). 8 In elke leeftijdsfase zijn er andere signalen. Kinderen gaan bepaalde gespreksonderwerpen, plaatsen of situaties soms stelselmatig uit de weg (vermijding). Op basis hiervan wordt geschat dat de voorafkans op intracraniële afwijkingen in de huisartsenpraktijk maximaal 1,5% bedraagt. Deze kunnen leiden tot een (psycho)trauma, maar dat gebeurt niet altijd. Bovengenoemde redenen zijn vooral van belang bij zuigelingen en jonge kinderen, bij wie intracraniële complicaties klinisch soms lastiger zijn te beoordelen en het risico op letsel ten gevolge van kindermishandeling groter is dan bij oudere kinderen (zie Details). De incidentie van traumatisch schedel- of hersenletsel in het adherentiegebied van het Academisch Ziekenhuis Maastricht in 1997. Andere belangrijke voorspellers waren: EMV < 15, overige schedelfracturen en bewustzijnsverlies. Deze cijfers geven echter slechts een globale indicatie; bij kindermishandeling telt men immers aantallen incidenten, terwijl trauma's daarvan een langdurig gevolg kunnen zijn. Maar met enige moeite kunnen de signalen voor hun omgeving toch te herkennen zijn: Bij een vermoeden van kindermishandeling treedt de implementatie van de Meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling in werking. Een variatie hierop betreft de situatie waarin een kind van een getraumatiseerde ouder dezelfde leeftijd bereikt als die waarop deze persoon werd getraumatiseerd. 11 Ook is er een grotere kans op eetproblemen. In de leeftijdscategorie ≥ 85 jaar bedroeg de incidentie bij mannen en vrouwen respectievelijk 10,7 en 6,5 per 1000 patiëntjaren. De CBO/NVN-richtlijn heeft als uitgangspunt genomen dat er bij elk verhoogd risico op intracranieel letsel een CT is geïndiceerd. Geef, in aansluiting op de gegeven mondelinge voorlichting, de Thuisartsteksten over wekadvies mee: Bespreek met de patiënt en de gezins-/huisgenoten de uitvoerbaarheid van het wekadvies. Dunning J, Daly JP, Lomas JP, Lecky F, Batchelor J, Mackway-Jones K. Derivation of the children’s head injury algorithm for the prediction of important clinical events decision rule for head injury in children. Kinderen met andere psychische aandoeningen lopen meer kans op trauma, maar het is meestal niet duidelijk wat daarvan precies de oorzaak is en wat het gevolg. Kinderen met traumagerelateerde problemen hebben vaak een minder goed functionerend kortetermijngeheugen. De verwijzingen waren afhankelijk van aanwezigheid van de volgende kenmerken: hoogenergetisch letsel, sufheid, braken, neurologische uitval, retrograde amnesie, afname EMV-score en gebruik van anticoagulantia, volgens schriftelijke mededeling van H. Gerritsen. Bij volwassenen en kinderen met een EMV-score < 9 is er sprake van ernstig hersenletsel, bij een EMV-score 9 tot 12 van matig ernstig hersenletsel en bij een EMV-score 13 tot 15 van licht hoofd-/hersenletsel (indien posttraumatisch bewustzijnsverlies: maximaal 30 minuten en posttraumatisch anterograde amnesie: maximaal 24 uur). Het percentage verwijzingen was het hoogst in de leeftijdscategorie 65+ (65+: 22%; 0 tot 6 jaar: 9,4%). Persisterend of terugkerend braken is een indicatie voor verwijzing. De meeste in Nederland beschikbare gegevens betreffen kindermishandeling. 1 McCrory P, Meeuwisse WH, Aubry M, Cantu B, Dvorak J, Echemendia RJ, et al. Omdat op basis van de kliniek intracraniële complicaties bij heel jonge kinderen niet goed zijn te voorspellen adviseren de auteurs van de CBO/NVN-richtlijn bij kinderen jonger dan 2 jaar met een lichttraumatisch hoofd-/hersenletsel korter dan 6 uur geleden een korte observatieopname. We gebruiken cookies en vergelijkbare tools om uw winkelervaring te verbeteren, onze services aan te bieden, te begrijpen hoe klanten onze services gebruiken zodat we verbeteringen kunnen aanbrengen, en om advertenties weer te geven. De werkgroep is van mening dat eenmaal braken vaak voorkomt door de schrik of pijn. Bij 19 patiënten was er sprake van ernstig hersenletsel, bij 7 personen van matig hersenletsel (het totale risico op intracranieel letsel bedraagt hiermee 1,3%). Je hebt bijvoorbeeld een auto-ongeluk meegemaakt, iets gewelddadigs gezien, je bent aangerand of misschien zelfs verkracht… Vielleicht ist man zu naiv an eine Angelegenheit herangegangen? De leerkracht en de behandelaar kunnen bij de ouders vragen naar deze gewoonten. Voor kinderen jonger dan 2 jaar is ook de aanwezigheid van een schedelhematoom voorspellend.